
Dave de Lange
Partner - Innovation LeadDit is het tweede deel van ons vierluik over de senioriteitsval in de Nederlandse ontwerpsector. In deel 1 hebben we blootgelegd hoe AI, risico-aversie en een fixatie op senioriteit de carrièreladder voor starters hebben afgebroken. In dit vervolg zoomen we in op een cruciale schakel in die keten: de agencies. Jarenlang waren bureaus de kraamkamer van de creatieve industrie – plekken waar junioren in hoog tempo leerden, onder druk, met echte klanten en scherpe mentors. Vandaag vervullen ze dezelfde rol, maar met een wrange bijsmaak: ze zijn verworden tot onbetaalde opleidingshuizen voor corporates en overheden die uitsluitend “kant-en-klaar” talent willen inkopen. In deel 2 ontrafelen we deze extractieve dynamiek, laten we zien welke systemische prikkels hierachter schuilgaan en schetsen we hoe de talentcyclus er kán uitzien als we eerlijk gaan waarderen wie er werkelijk in de volgende generatie makers investeert.
Agencies vs. corporates: een parasitaire relatie
De relatie tussen bureaus en hun opdrachtgevers is de afgelopen jaren fundamenteel verschoven – en dat gaat ten koste van talentontwikkeling.
Historisch waren agencies de kraamkamer van de sector. Starters leerden in een hoog tempo werken voor verschillende klanten, onder begeleiding van ervaren art directors en ontwerpers. Die mix van variatie en mentorschap maakte bureaus tot een uniek leerklimaat.
De agency als onbetaald opleidingshuis
Vandaag zien we een ander patroon. Corporates bouwen in-house designteams op en werven vrijwel uitsluitend mensen die hun leerschool al bij bureaus hebben gehad. Het gevolg is een extractief mechanisme: bureaus investeren in opleiding en begeleiding, corporates plukken later het rijpe talent weg.
Wanneer een senior designer overstapt naar een corporate, verliest een bureau niet alleen een ervaren kracht, maar ook mentorschapskapaciteit. De junioren die achterblijven, verliezen hun belangrijkste leeranker.
Economisch is de prikkel om te investeren in algemeen menselijk kapitaal daarmee scheef. In een concurrerende markt, zoals de Randstad, is de kans groot dat talent vertrekt voordat de investering is terugverdiend. Dat is klassiek marktfalen: de opbrengst van talentontwikkeling ligt bij de afnemer (corporate), terwijl de kosten bij de opleider (agency) liggen.
De keerzijde van de in-house trend
Voor individuele designers kan in-house werken aantrekkelijk zijn: betere arbeidsvoorwaarden, meer rust, minder piekdruk. Maar voor de sector als geheel heeft het een keerzijde.
Starters die bij corporates beginnen, werken vaak jarenlang op een heel smal domein binnen één product. Bij agencies leren ze dwars door domeinen, merken en disciplines heen denken. Tegelijkertijd zijn bij veel corporates, onder druk van bezuinigingen, management- en seniorslagen weggesneden – precies de mensen die voor begeleiding moesten zorgen.
Het resultaat: een generatie designers die óf niet binnenkomt, óf wel binnenkomt maar zonder breedte en diepgang wordt grootgebracht.
| Perspectief | Rol in de talentcyclus | Strategische uitdaging |
| Agencies | Versneld opleiden en breed vormen van talent. | Investering verdampt door poaching; druk op tarieven. |
| Corporates | Gebruiken “kant-en-klaar” talent. | Geen natuurlijke aanwas; vergrijzing en verstarring van teams. |
| Starters | Op zoek naar praktijkervaring. | Nauwelijks gestructureerde routes naar vakvolwassenheid. |
Dit artikel is onderdeel van een vierluik;
- De Senioriteitsparadox & AI-erosie: hoe generatieve AI de klassieke leerschool voor junioren wegvaagt en waarom angst voor het onbekende starters buitensluit.
- Agencies als onbetaald opleidingshuis: hoe bureaus investeren in talent, terwijl corporates alleen het eindproduct binnenhalen.
- De blinde vlek van de overheid: hoe rigide inkoopregels en verouderd SROI-beleid de grootste opdrachtgever van Nederland tot rem op talentontwikkeling maken.
- Van senioriteit naar potentieel: hoe we met methodieken als Groeikompas talent objectief zichtbaar maken en de focus verleggen van jaren op het CV naar daadwerkelijke kracht.